Beschouwing

 

 

 

“Ik ben altijd op zoek naar iets dat vreemd is, niet een verinnerlijkte werkelijkheid, maar de hedendaagse van iedereen”.

 

 

“De schilder laat de middelen die hij beheerst dienen.”

 

 

HANS BEOEFENDE ZIJN KUNST ALS EEN BEGAAFD CONFERANCIÈR DIE VERMAAKT, ONTROERT EN TE DENKEN GEEFT

 

 

In 1949, toen Hans van der Plas (1925-1991) een beginnend kunstenaar van 24 jaar was, werden in het Stedelijk Museum te Amsterdam twee exposities van zeer verschillende aard gehouden. De experimentelen schokten de samenleving. Zij stelden de kunst voorop en gaven haar nieuwe impulsen. De andere tentoonstelling was een manifestatie van kunstenaars die vooral in de samenleving wilden functioneren. Zij pleitten voor werk in de openbare ruimten. Hun verlangens zullen meer in de zin van Van der Plas zijn geweest….


Lees verder:  Dolf Welling over Hans van der Plas Dolf Welling over Hans van der Plas








Dolf Welling (1919) werd in 1950 kunstredacteur bij het Rotterdamsch Nieuwsblad en daarna chef van de kunstredactie. Later werkte hij als recensent bij de kunstredactie van het Rotterdams Dagblad. In de jaren vijftig, die zich kenmerkten door een schraal cultureel klimaat, heeft Welling door zijn stimulerende rol als recensent veel bijgedragen aan de verbetering van dit klimaat. Ook later bleef hij zich betrokken voelen bij de Rotterdamse kunst. Van die betrokkenheid getuigen tal van recensies, de tentoonstelling ‘Het Eigen verhaal’ in het Lijnbaancentrum in 1983 en diverse catalogi en kunstenaarsmonografieën die van zijn hand verschenen. Wethouder Kombrink noemde Dolf Welling een recensent die de beeldende kunst toegankelijk heeft gemaakt voor een breder publiek en wiens afgewogen en deskundige oordeel voor veel Rotterdamse beeldend kunstenaars een grote stimulans is geweest voor hun ontwikkeling.

Dolf Welling was ook internationaal actief op het gebied van de beeldende kunst. Hij was onder meer betrokken bij de presentatie van Constant op de Biënnale in Venetië in 1966 en voorzitter van de Nederlandse sectie van de Association Internationale de Critiques d’Art. Ook was hij adviseur van een groot aantal kunstinstellingen en als jurylid betrokken bij de toekenning van diverse kunstprijzen. Daarnaast gaf hij lange tijd les aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende